KANKER
Het traject dat mijn voedsel aflegt van mond tot kont leidt door mijn binnenwereld. Die wereld is opgesloten in mijn huid en bestaat uit bloed en vaten, weefsel en spieren en botten en organen. Van die wereld ben ik mij bewust door mijn ademhaling en door de signalen die het soms afgeeft, zoals buikpijn, darmkramp, hartzeer, kortademigheid … Voor de rest blijft die wereld verborgen en functioneert zij als een mysterieuze machine.
Twee maanden geleden gaf mijn lichaam een signaal: het plaste bloed. Analyse van het bloed en van die plas leidde tot onderzoek naar de plek waar die plas vandaan kwam. En dat voerde tot een beeld uit die binnenwereld van een gezwel van centimeters groot. Ongemerkt was een wildgroei aan cellen ontstaan die zich hadden ontwikkeld tot poliepen en verenigd tot een tumor. Zonder dat ik er iets van gemerkt had en zonder dat ik er enige last van ondervond, had als een sluipmoordenaar kanker bezit genomen van mijn blaas.
Het verloop van de ziekte ontvouwde zich als een strak geregisseerde thriller. Het bloed in de urine leidde naar een gezwel op de echoscopie. Dat werd bevestigd via een cystoscopie. Een CT-scan indiceerde dat de kanker niet uitgezaaid is. Met een TransUrethrale Resectie (TUR) in de blaas werd de tumor weggebrand en -gezeefd.
Pathologisch onderzoek naar het weefsel leerde dat de kankercellen hooggradig en invasief zijn. Dat betekent dat de kans op nieuwe tumoren groot is en dat de kanker zo diep in de blaas is genesteld, dat deze verwijderd en door een stoma vervangen moet worden (cystectomie). Statistisch onderzoek vertelt tenslotte dat de kans dat ik over vijf jaar nog leef vijftig procent is. Van elke twee mensen met deze stand van zaken gaat er één binnen vijf jaar dood.
In twee maanden wordt mijn perspectief zorgvuldig en systematisch teruggebracht. Van het idee dat ik met zestig nog een derde van mijn leven voor me heb naar de aanvaarding dat ik vitale organen moet afstaan om mijn leven te verlengen. Tussenstadia in dit afbraakproces waren de mogelijkheid van nierstenen, de aanwezigheid van relatief onschuldige poliepen tot een laaggradig oppervlakkige tumor en de ijdele hoop op behoud van de eigen blaas. Het enig positieve dat na een week duidelijk was, is dat het ‘gelukkig’ niet is uitgezaaid.
Zonder al die externe onderzoeken zou ik niet hebben geweten wat ik mankeer. Na stoppen van het bloedplassen zou ik de illusie kunnen houden dat het net als al die andere keren dat het lichaam signalen gaf, onbetekenend is en ik opnieuw met nonchalance weg kom. Totdat de kanker wel door de blaaswand dringt (T4), de lymfe, botten en organen aantast en er zodanig functieverlies optreedt dat schouderophalend verder leven niet langer houdbaar is.
Het besef van binnenuit bedreigd te worden, komt van buitenaf. Bestaat er verband tussen dat buiten en binnen? Is wat er nu naar buiten komt en iets vertelt over wat er zich daarbinnen afspeelt, ook omgekeerd gebeurd? Liggen invloeden van buiten ten grondslag aan de afwijkingen die zich binnen vormden? Ik ben geneigd me bedrogen te voelen door mijn lichaam. Het voldoet niet aan de verwachtingen en valt mij in het geniep aan. En als dat te kwaadaardig gedacht is, dan is het in elk geval een ongelukkig toeval dat mij treft. Waarin ik onderdeel ben van een statistisch universum waarin ad random zoveel procent getroffen wordt door deze ziekte. En zelfs als dat niet helemaal waar is, is er dan meer dan teveel roken, drinken of het inademen van bestrijdingsmiddelen dat kan beïnvloeden dat uitgerekend míj deze ziekte treft?
Dat is een kwestie van geloof. Als al het onmeetbare onweetbaar is en onverklaarbaar toeval moet zijn, dan is dat onbetwistbaar de realiteit. Wie verbanden legt waar ze niet te zien zijn en daaraan betekenis toekent, is een fantast die verhalen en mythes creëert waarin hij gelooft. Ik wil zo’n fantast zijn waaraan de volgende fabel ontspruit. De blaas staat voor doorstroming en afvoer. De reden dat uitgerekend dáár mutaties dat proces belemmeren, is een signaal dat op geestelijk niveau er een kink in de afvoer van emoties is opgetreden. De verbinding tussen die gebrekkige afvoer van emoties en het optreden van wildgroei in mijn blaas is stress of spanning. Elk niet-authentiek leven veroorzaakt stress, is ongezond en leidt tot ziekte. Daarom leidt volmaaktheid in religies tot eeuwig leven.
In mijn eigen leven heeft de afwijzing door en van mijn moeder geleid tot angst voor afwijzing door elke vrouw. Zozeer zelfs dat ik elke toenadering op voorhand uit de weg ging. De prijs voor bestendiging van deze angst was dat ik mijn diep basaal menselijk verlangen naar lichamelijke en liefdevolle vereniging steeds weer afwees en opsloot. Maar hoe hard ik ook werkte en leefde, de wond die dat veroorzaakte bleef ondanks alle berusting groot en diep. De fotografie van bereidwillige naakte vrouwen opende een venster naar dat afgesloten universum. Het gaf uitzicht op hun schoonheid en verlangen zonder dat ik eraan hoefde deel te nemen. Het transformeerde de rafelige wond tot beelden vol verdriet en schoonheid. Kunst en creativiteit zijn in staat om van elk trauma bevrijd te raken door het te laten stromen en universeel te maken. Op het moment dat de kanker zich openbaarde, kwam ook Willemijn in mijn leven. Waar het ene de manifestatie van het innerlijke was, staat zij aan de basis van genezing ervan.
Ik schreef hierboven dat mijn kanker spierinvasief was en mijn levenskansen waren teruggebracht naar 50% in 5 jaar. Dat is niet waar, het was de uitdrukking van waar ik bang voor was en rekening mee hield. Erna kreeg ik te horen dat de tumor helemaal verwijderd was en dat de kans dat deze zou terugkeren, slechts tien procent zou zijn. Welke kans nog kleiner wordt als een jaar lang nare blaasspoelingen worden ondergaan. Even plotseling als de dood in beeld kwam, verdween hij weer, enkel herinnering achterlatend. Het leven gaat gewoon weer door … totdat een volgend signaal het opnieuw zal bedreigen.
Dit essay kwam tot stand in 2024. Twee jaar later zijn 4 operaties, 18 blaasspoelingen en 4 inkijksessies gepasseerd. Ondanks chemospoelingen blijven de kwaadaardige cellen terugkomen. Komende week (23 juli 2026) ga ik een traject in van BCG-spoelingen, zijnde een immuuntherapie waarbij telkens weer verzwakte TBC bacillen worden ingebracht en enkele uren later worden uit geplast. De afweerreactie die dat oproept, is hopelijk zo sterk dat ook de laatste kankercellen hun verwoestende werking verliezen.